Oma Kegge Stil en gesloten in gelaatsuitdrukking en houding. Met ernaast haar trouwe hond Diaan. Van alle beelden geeft dit beeld het meest een gevoel van architectuur. De stijl van de Amsterdamse School is in dit beeld goed herkenbaar. Goed zichtbaar zijn de horizontale haklijnen die het oppervlak diepte geven. Grootmoeder Kegge vormt in de parvenu familie Kegge een gunstige uitzondering. Zij is een verstandige vrouw, die haar oude eenvoud bewaard heeft. Zij doorziet het oppervlakkige leven van haar familie en leidt daarom een teruggetrokken leven met haar hond Diaan.
|
|
Teun de Jager is een van nature weemoedige, pessimistische jongen, verzot op jagen. Geweer en weitas hangen over zijn schouder, veldbloemen illustreren de natuur, naast hem staan zijn twee patrijshonden. Op een dag gaat hij, vergezeld door zijn patrijshond Veldin, op jacht. Hij is in een zwaarmoedige bui. omdat hij gedroomd heeft dat zijn geliefde Sijtje gruwelijk aan haar einde zal komen. Door een rampzalig ongeluk schiet hij zelfSijtje in het hart! Spoedig daama maakt waanzinnigheid een eind aan zijn leven.
|
|
Buikje De dikke Mr. Hendrik Johannes Bruis uit ‘Hoe warm het was en hoever’. Buikje, de studentennaam van Mr. Bruis, een dik en goedmoedig man, getooid met overjas, koffer, hoed en wandelstok. De beeldhouwer heeft met een paar lijnen vanaf onder de dikke buik benadrukt. In het verhaal gaat Bruis naar zijn academie-vriend Dr.Deluw. Mr.Bruis verheugt zich op het weerzien. Hij arriveert hij na een lange sjoktocht door de hitte (“hoe warm het was en hoe ver’) bij het buiten van zijn vroegere vriend. Het weerzien is een enorme ontgoocheling. Tot overmaat van ramp roept de jongste spruit van Dr.Deluw hem bij het overhaaste vertrek sarrend na: ‘Buikje!- .
|
|
Keesje Het diakenhuismannetje dat met schoenen poetsen en kleren borstelen voor de welgestelden wat geld verdient. Hij wordt bestolen van het geld dat hij gespaard heeft om ‘fatsoendelijk’ begraven te worden. Door tussenkomst van Hildebrand krijgt Keesje zijn spaarcentjes terug en kan hij zijn schat nog twee jaar ‘vlak op zijn hart’ dragen. De beelden zijn gemaakt door materiaal uit een blok steen weg te hakken. Voor de beeldhouwer betekent dit dat hij een goed beeld moest hebben van het resultaat. Iets te veel weghakken kan niet meer worden gecorrigeerd. Het is het werk van de klassieke steenhouwer. Met boetseren in klei kun je weghalen en toevoegen tot het resultaat je bevalt en je het werk in brons kunt laten afgieten. Een geheel andere werkwijze.
|
|
Van der Hoogen Bijgenaamd ‘de Charmante’, zijn ijdelheid spat van het beeld af. Zijn hond zit net zo ijdel naast hem. Het is een complex beeld. De beeldhouwer moest voorzichtig hakken om de fragiele delen te maken. de beweging van de man en de hond zijn tegengesteld waardoor er een bijzondere compositie is ontstaan. Van der Hoogen is een ijdele en fatterig geklede man, die zijn eenvoudige komaf tracht te verbergen door zijn dandyachtige gedrag. Op deze manier weet hij alleen successen te behalen bij parvenu’s als de familie Kegge, maar niet bij de echte aristocratie. De daarbij behorende beschaving mist hij. Van der Hoogen heeft een oogje op Suzette Noiret. Daarom tracht hij haar beminde, Maete, te doen verdwijnen naar De West. Hildebrand dwingt hem ertoe. Suzette met rust te laten.
|
|
Suzette Noiret Van Franse afkomst, sierlijk en uitheems. Zij kijkt verlegen opzij, met haar smalle lijfje en wijde rok, een mandje in haar rechterhand, bloemen en hoed in de andere. De rok en het lijf van Suzette zijn met een paar eenvoudige lijnen weergegeven. Vergelijk dat eens met de detaillering van de bloemen en de versiering op haar tasje. Hildebrand heeft een zwak voor Suzette. Zij is teer en schuchter, vol zorg over het lot van haar ziekelijke moeder, die op een hofje woont. Zij durft niet toe te geven aan haar gevoelens voor Maete, haar geliefde. Haar onschuld wordt belaagd door de ‘charmante’ Van der Hoogen. Gelukkig bevrijdt Hildebrand haar van de overlast van deze losbol en behoedt haar voor overhaaste en ongelukkige stappen.
|
|
Pieter Stastok sr., oom van Hildebrand, ‘burgerlijk en van een vroeger eeuw’. De beeldhouwer is er goed in geslaagd het stijve, burgerlijke karakter van Statok weer te geven. Het lijf is een rechte kolom zonder veel detaillering. Het onderdanige hondje onderstreept hier zijn karakter. Een ijdel gezinshoofd, die niet met de tijd meegegaan is. Als rentenier zou hij van het leven kunnen genieten, maar in plaats daarvan laat hij zich regeren door de klok. Allerlei automatische handelingen, die vroeger ooit zinvol waren, beheersen zijn leven. Zelfs in zijn taalgebruik is hij voorspelbaar. Een bekend geworden stereotiepe zegswijze ‘al zeg ik het zelf, komt van hem.
|
|
Nurks Robertus Nurks uit ‘Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout’, toont zich hautain, hatelijk en beledigend. De naam die Hildebrand bedacht is een begrip geworden voor een persoon die nors en beledigend is. In het verhaal in de Camera Obscura komt zijn neef Robertus Nurks bij Hildebrand op bezoek op een zonnige zondag. Zij wandelen door de Hout en Nurks maakt beledigende opmerkingen. Uit het verhaal: Wij namen plaats bij Stoffels. De onbeleefdheden, die tot nog toe alleen aan ons beiden verkwist waren, werden nu ook algemeen verkrijgbaar gesteld. Ik zat nog niet, toen Nurks al uitriep, zoodat al de belendende gezelschappen het hooren konden: “Lieve hemel, Hild, wat heb je een mooi vest aan; dat had ik nog niet van je gezien; jammer dat het fatsoen een paar modes ten achteren is.”
|
|
|
|